Eigenlijk ben ik wel eens te lief…

Mensen die kiezen voor de gezondheidszorg hebben over het algemeen een passie voor de medemens. In het woord “gezondheidszorg” zit besloten dat je zorg wil dragen voor iemands gezondheid, iemands welbevinden zowel op lichamelijk als op geestelijk gebied.

We willen dat de ander zich prettig voelt, dat de groep zich behaaglijk voelt en dat we met een goed gevoel naar huis kunnen gaan.

Gelukkig is dat vaak ook zo. Behalve als er situaties zijn waarbij het schuurt, waarbij de ander niet blij is of de ander, bijvoorbeeld bij hersenschade, je niet kan volgen. De neiging die we dan kunnen hebben is: rustig blijven en de situatie gladstrijken terwijl je vanbinnen kookt. Je komt er dan wel uit maar houdt er een vervelend gevoel aan over.

Belangrijk is dat je luistert naar wat je gevoel je ingeeft. Bijvoorbeeld als je voelt: dit is niet oké! In plaats van gladstrijken kun je – bij een cliënt met hersenschade maar ook in reguliere situaties – het dat benoemen door te zeggen: ‘Je slaat hard op de tafel, daar schrik ik van. Zo kan ik je niet helpen.’ Door je eigen gevoel te benoemen in korte zinnen, kom je binnen bij de ander want soms hebben mensen niet eens door wat ze doen. Ook bij de ander speelt een emotie en als je het daar over kan gaan hebben dan kun je samen weer verder.